Biologie Bedwants (Cimex lectularius L.).

Algemeen:
De bedwants komt overal op aarde voor waar mensen wonen. De bedwants werd vroeger ook wel wandluis genoemd.
De volken van de oude beschavingen rond de Middellandse Zee kenden dit insect ook al.
Bedwantsen vestigden zich ook in de gematigde luchtstreken toen woningen beter konden worden verwarmd.
Het zijn ecto-parasieten van mensen en soms van warmbloedige huisdieren.
Vroeger werden woningen met bedwantsen vaak behandeld met blauwzuurgas, ondanks alle gevaren en bezwaren daarvan. Een eenmalige behandeling met een insecticide door terzake deskundigen geeft echter meestal reeds een volledig resultaat.

Uiterlijk:
Imago:
Sterk afgeplat, ovaalvormig lichaam. Roodbruin van kleur en heeft antennes. De voorvleugel zijn slechts in aanleg aanwezig en achtervleugels ontbreken. De wijfjes zijn 4.5 - 8.5 mm lang, mannetjes zijn gemiddeld iets kleiner.
Het achterlijf bij de wijfjes is nagenoeg rond. Bij de mannetjes is het achterlijf iets langer, dan breed met kegelvormige uitstulping aan laatste achterlijfsegment.
Na een bloedmaaltijd is de bedwants donkerrood en is het achterlijf gezwollen. Er is dan ook een donkere vlek in het achterlijf te zien, dit word veroorzaakt door verteerd bloed in de endeldarm.
Nimf:
Als imago, maar dan kleiner (1.3 - 5 mm ). Direct na de vervelling wit tot geelgrijs. Na een bloedmaaltijd zijn ze rood van kleur.
De imago's vervellen 5 keer.
Ei:
De eitjes zijn wit tot geelwit van kleur. Ze zijn langwerpig met schuin opgeplaatst dekseltje (plat) en ca.1 mm lang. Ze worden aan de wand van de schuilplaats vastgehecht.

Ontwikkeling:
Onvolledige gedaanteverwisseling;
Eistadium " 15 °C: 22 dagen; 25 °C: 10 dagen; 30 °C: 5 dagen.
Vrouwtje produceert gemiddeld 100 - 200 eitjes (2 - 12 per dag); onder zeer gunstige
Leefomstandigheden (overvloedige voeding en temperatuur van 25 °C ) meer dan 500 eitjes.
Larvale stadium: 22 °C: 40 dagen; 32 °C: 19 dagen.
Ei tot imago: 18 - 20 °C: 2 maanden; 25 - 27 °C: 1 maand: beneden 15 °C staat de ontwikkeling
nagenoeg stil.
Maximale leeftijd imago : 18 - 20 °C: 0,75 - 1,5 jaar; 27 °C: 4 maanden; 34 °C: 2,5 maand.

Leefwijze:
Komen in woningen alleen voor in kamers waar regelmatig wordt geslapen. Ze keren na een nachtelijke bloedmaaltijd onmiddellijk terug naar hun nabij het bed gelegen schuilplaats.
De bedwantsen zijn lichtschuw: ze komen overdag en bij kunstlicht alleen uit hun schuilplaatsen als ze zeer hongerig zijn.
Bedwantsen bezitten klieren welke een olieachtige vloeistof uitscheiden, waardoor een zoetige geur verspreid wordt.

Voedsel:
Het bloed van mensen of soms van een warmbloedig huisdier. Ze hebben stekend/zuigende monddelen; brengen speeksel in wond om bloedstollen te voorkomen. Het bloed zuigen duurt 5 - 10 minuten.
Bij slaapkamertemperatuur 1 maaltijd per ca. 8 dagen, bij hogere temperatuur (snelle stofwisseling) vaker.
De larve moet tenminste 1 bloedmaaltijd hebben genuttigd om te kunnen vervellen. Imago's en oudere larven kunnen bij 22 °C , 20 - 35 weken zonder voedsel. De bedwantsen zoeken geen voedsel beneden 9 °C .

Temperatuur:
Optimale temperatuur is 25 °C . Temperatuur om het vriespunt gedurende enkele weken voor jonge larven en eitjes dodelijk, imago's verdragen echter -17 °C gedurende max. 2 uur. Alle stadia worden binnen een uur gedood bij temperaturen van boven 43 °C .

Schuilplaatsen:
in bedden en ledikanten (holle metalen delen, kieren/naden bij verbindingen, noppen van matrassen, zomen van beddengoed), in ombouw van opklapbedden en meubilair, achter betimmeringen (n.b. betegelde muren), onder/achter plinten, vloerbedekking, vloerkleedjes, achter schilderijen, spiegels, platen, achter loszittende behangranden, in wandcontact -en schakelaardozen, in scheuren in muren en achter deklijsten deurkozijnen,
Voorkeur voor hout boven metaal en steen, en voor binnenmuren t.o.v. buitenmuren;
Voorkeur voor nauwe schuilplaatsen waarin ze diep kunnen wegkruipen; het liefst nabij hoofdeinde bed in de schuilplaatsen worden zowel imago's als nimfen, vervellinghuidjes ("doppen"), eitjes en eischalen aangetroffen, alsmede uitwerpselen.
Deze uitwerpselen ("sporen"), bruinzwarte hoopjes verteerd bloed ter grootte van een speldenknop, worden ook nabij de ingangen tot de schuilplaatsen aangetroffen en zijn en de praktijk de belangrijkste herkenningstekens voor de aanwezigheid van bedwantsen.

Schade:
Veroorzaken bij meeste gastheren jeukende huidirritaties, na enige dagen veelal gepaard gaande zwellingen; men kan zich onwel gaan voelen als men vaak wordt belaagd.
Verspreiding van ziektekiemen is theoretisch mogelijk, maar er zijn hiervan geen duidelijke gevallen bekend.

Nut:
De bedwantsen zijn voedsel voor o.a. roofwantsen, spinnen en schorpioenen.
Verspreiding:
Bedwantsen kunnen niet vliegen, maar wel vrij snel lopen, ook tegen wanden en plafonds.
Migratie naar aangrenzende woningen geschied via scheuren en naden in muren of via doorvoeropeningen van leidingen.
Verspreiding vindt verder plaats via bagage, transport meubilair en gebruik van sloophout uit gebouwen waarin bedwantsen aanwezig zijn.
Door op een balkon beddengoed met bedwantsen uit te kloppen kan een lager gelegen woning bedwantsen binnen krijgen.


Terug