Algemeen: Mieren zijn sociaal levende, statenvormende insecten. Een mierenstaat bestaat veelal uit een groot aantal individuen. Binnen een dergelijke staat komen al naar gelang hun werkzaamheden sterk gespecialiseerde mieren voor. In het nest van de bruine mier treft men b.v. aan een of meerdere koninginnen, werksters in grote aantallen en in een bepaalde tijd van het jaar mannetjes. De koningin en de mannetjes zorgen voor de voortplanting en de werksters zorgen voor het verzamelen van voedsel, het verzorgen van het broed, het onderhoud van het nest en in voorkomende gevallen de verdediging van het nest.
Uiterlijk: De bruine mier behoort tot de subfamilie Formicinae, de "schubmieren". Deze subfamilie draagt die naam omdat het gedeelte tussen het borststuk en het achterlijf, de achterlijfssteel, naar boven toe verbreed is tot een schub. De bruine mier kan in kleur variëren van geelbruin tot roodbruin. Kop en achterlijf zijn duidelijk donkerder getint dan de rest van het lichaam. De bruine mier heeft een brede kop in vergelijking tot het borststuk. De werksters zijn 2,5 - 4 mm en koninginnen 7 - 8 mm . De mannetjes en de koninginnen zijn gevleugeld.
Leefwijze: De bruine mier leeft in dode bomen en stronken, maar komt soms ook wel voor in oude balken, houten vloeren of dakbeschot. In dit hout worden nieuwe gangen geknaagd, een uitscheidingsproduct van bladluizen. In de maanden mei tot juli vindt de bruidsvlucht plaats. Tijdens de vlucht bevruchten de mannetjes de koninginnen. Deze keren terug naar het nest waar ze meewerken aan de uitbreiding, of ze proberen een nieuw nest te stichten.
Het nut van mieren: Het bestrijden van mieren dient alleen plaats te vinden wanneer deze insecten in gebouwen werkelijk last veroorzaken. Over het algemeen wordt deze hinder overdreven; enkele rondlopende mieren doen geen kwaad en veroorzaken ook geen schade. Wanneer deze insecten echter een nest hebben gemaakt van waaruit ze steeds in aantallen een huis of een gebouw binnenkomen kan een bestrijding uit hygiënische oogpunt nodig zijn. In tuinen, parken en bossen zijn mieren nuttig door het verdelgen van allerlei schadelijke insecten. Het opruimen van mierennesten op dergelijke plaatsen met behulp van insecticiden brengt over het algemeen veel schade met zich mee. Niet alleen mieren worden dan gedood, ook vele andere insecten, zoogdieren en vogels kunnen worden vernietigd. De gehele natuurlijke levensgemeenschap dreigt daardoor onnodig te worden verstoord.