Biologie Diefkevers (Ptinidae).

Algemeen:
Deze kevers lijken bij oppervlakkige beschouwing wel iets op spinnen. Ze eten eigenlijk alles, zowel dierlijk als plantaardig materiaal. Er zijn van deze diefkevers twee soorten. De Australische diefkever (Ptinus tectus Boieldieu) en de gewone diefkever (Ptinus fur Linnaeus).

Uiterlijk:
De Australische diefkever:
De kever is 2,5 tot 4 mm . lang. Hij heeft lange poten en een enigszins rond achterlijf en is donkerbruin met geelbruin behaard.

De gewone diefkever:
Deze kever is 3 tot 4,4 mm. lang en is bruin van kleur. Het mannetje is smal en langwerpig van vorm. Het vrouwtje is meer ovaal van vorm.

Ontwikkeling:
De totale ontwikkeling van ei naar imago duurt bij een temperatuur van 20 tot 25 graden Celsius en een relatieve vochtigheidsgraad van 70% 3,5 tot 4,5 maand. De Australische diefkever ontwikkelt zich echter iets sneller dan de gewonde diefkever. Beneden een temperatuur van 10 graden Celsius staat de ontwikkeling van de Australische diefkever stil.
Ze leggen overigens vrij veel eitjes, want ze kunnen er wel meer dan 100 leggen.

Leefwijze:
De larven van de diefkevers voeden zich met allerlei droog plantaardig of dierlijk materiaal. De eitjes van deze beestjes zijn kleverig en hechten zich aan allerlei materialen.
De larven vervellen een aantal keren (4 of 5 keer). Daarna spinnen ze een cocon, waarin ze verpoppen. Als de larven opgesloten zitten in een verpakkingsmateriaal dan boren ze zich vaak eerst naar buiten en dan pas gaan ze zich verpoppen.
De kevers zijn lichtschuw.

Schade/overlast:
Ze kunnen gaten boren in materialen wat erg hinderlijk kan zijn. Ze verminderen tevens de waarde van het product.

Nut:
Ze ruimen oude voorraadjes plantaardig en dierlijk materiaal op.

Verspreiding:
De kevers worden met aangetaste voorraden mee versleept.


Terug