Deze kleine vliegjes komen overal voor en worden aangetrokken door gistende en rottende materialen, zoals rottend fruit, e.d. Drosophila-soorten worden veel gebruikt voor erfelijkheidsonderzoek vanwege de snelle opeenvolging van generaties en de "eenvoudige" wijze waarop afwijkingen in de erfelijkheidsstructuur zijn vast te stellen.
In Nederland komt een aantal soorten voor o.a. de bananenvlieg en de azijnvlieg.
De vliegen zijn ca. 3 mm . lang, inclusief de vleugels. Ze zijn geelachtig van kleur.
De eieren, de larven en de poppen hebben buisvormige uitstulpingen waardoor ze kunnen ademhalen als ze zich ontwikkelen in vloeibare substanties.
Leefwijze en ontwikkeling: Fruitvliegen worden aangetrokken door de geur van een zwakke oplossing van alcohol of azijn. Men treft ze vaak aan in bierbrouwerijen, jamfabrieken, limonadefabrieken, fruitwinkels, dierverblijfplaatsen.
Ze voeden zich met rottende, gistende materialen, maar ook met sap van beschadigde planten en vruchten en soms met schimmels.
Vers gaaf fruit wordt niet aangetast.
Het ei, de larve en de pop leven in dezelfde producten als waarmee de vliegen zich voeden.
De ontwikkelingsduur van ei tot vlieg is ca.8-11 dagen. Als men daarbij bedenkt dat een bevrucht wijfje 400-900 eitjes kan leggen dan is wel duidelijk dat men zeer snel overlast kan ondervinden van grote aantallen vliegen.