Algemeen: Zowel in woningen als in bedrijfsgebouwen kan het optreden van de huiskrekel een plaag vormen. Het insect, afkomstig uit de steppen van Zuid -Azië, kan in ons land 's winters alleen binnenshuis leven daar het, behalve van voldoende voedsel, ook van warmte afhankelijk is. Deze soort komt o.a. voor in bakkerijen, hotels en restaurants. Op afvalstortplaatsen vinden de dieren bij uitstek gunstige levensvoorwaarde, nl. schuilplaatsen, broeiwarmte en overvloed aan voedsel. Ondermeer uit hygiënisch oogpunt moeten huiskrekels worden geweerd. Bovendien kunnen de mannetjes vooral 's nachts door hun luid gesjirp voor een hinderlijk concert zorgen.
Uiterlijk en leefwijze: Het lichaam van de huiskrekel is cilindervormig en gevleugeld en heeft bij het volwassen insect een lengte van 17 - 20 mm , de kleur is bruingeel met bruine tot bruinzwarte tekening. Het wijfje is doorgaans iets kleiner dan het mannetje. Beide bezitten goed ontwikkelde achterpoten, die sprongen mogelijk maken van 20 cm ver en 8 cm hoog. Wat voedsel, lichtschuwheid en behoefte aan warmte betreft, tonen huiskrekels veel overeenkomst met kakkerlakken; ze komen echter, in tegenstelling tot deze, in warme zomermaanden ook in het vrije veld voor, waar ze zich in hoge begroeiingen massaal kunnen vermeerderen. Huiskrekels zijn lichtschuw. Overdag verbergen ze zich in allerlei schuilplaatsen, ondermeer in doorvoeropeningen van heetwaterleidingen, bij warmtebronnen, ovens, achter betimmeringen, boven plafonds, of in gaten en kieren in muren.Als het donker is gaan ze op zoek naar voedsel, waarbij ze zich snel verplaatsen. Het zijn alleseters met voorkeur voor zacht plantaardig en dierlijk voedsel.
Ontwikkeling: De voortplantingscapaciteit van de huiskrekel is aanzienlijk. Het wijfje is in staat in een dag 70 - 80 eieren te leggen en kan in een kan in een slechts enkele dagen durende legperiode tot een productie van 170 eieren.De witte, worstvormige eieren zijn 2 - 2,5 mm lang en 0,3 mm breed en worden d.m.v. de 11 - 15 mm lange legboor in lossen grond, vuilnishopen of muurspleten gedeponeerd. Ze ontwikkelen zich slechts langzaam, zodat de larven bij een temperatuur van 20 c. eerst na 8 - 12 weken uitkomen. Bij die temperatuur duurt de ontwikkeling tot volwassen insect ruim 0,5 jaar. De larven, aanvankelijk 2 - 3 mm lang, doorlopen tot hun volwassenheid 7 - 11 vervellingen; halverwege hun ontwikkeling wordt de vleugel aanleg zichtbaar. Het insect doorloopt een onvolkomen gedaantewisseling, d.w.z. dat de larven bij de geboorte op het volwassen dier lijken en alleen in grootte en door het ontbreken van vleugels daarvan verschillen.