Algemeen: Wanneer hout dat is verwerkt in gebouwen langere tijd een vochtgehalte bezit van meer dan 21% is het waarschijnlijk dat op en in dit vochtige hout zich schimmels gaan ontwikkelen. De belangrijkste in Nederland voorkomende houtaantastende schimmel is de huiszwam = bruinrot. Zowel naald- als loofhoutsoorten kunnen worden aangetast. Zo kan de schimmel bv. voorkomen in balken en andere houten delen van de begane grondvloer. Op of in hout dat zich in de buitenlucht bevindt, wordt de huiszwam slechts zelden aangetroffen. Wanneer wordt voorkomen dat hout vochtig wordt zal de huiszwam geen kans krijgen zich te ontwikkelen.
Uiterlijk en leefwijze: Hout dat is aangetast door de huiszwam verkleurt bruinachtig. Men spreekt wel van een bruine mot. Het hout wordt naarmate de aantasting zich verder ontwikkelt zacht en verliest zijn sterkte. In een vergevorderd stadium van aantasting is het hout bruin van kleur met diepe krimpscheuren die evenwijdig lopen aan een en loodrecht staan op de vezelrichting. De schimmeldraden die zich in het hout bevinden zijn met het blote oog niet zichtbaar. Deze draden dringen zeer diep het hout door. De dwars doorsnede van dergelijke draden is zeer klein (slechts 0,0016 mm ). Aan het oppervlak van het hout zijn deze draden soms wel zichtbaar in de vorm van witte vlokken en zijn daardoor meestal ook iets dikker (dwarsdoorsnede ca. 0,003 - 0,0075 mm ). Schimmeldraden komen niet alleen voor op hout, maar ook op stenen of betonnen vloeren van o.m. kelders, in en op vochtige muren e.d. Soms worden bundels schimmeldraden gevormd die in diameter wel 5 tot 8 mm dik zijn en strengen genoemd worden. De kleur van dergelijke vezels is eerst wit maar verkleurt later naar donkergrijs.
Na verloop van tijd vormen zich op het hout of de muur vruchtlichamen die bestaat uit compact weefsel. De rand van het vruchtlichaam is wit. Op het vruchtlichaam ontstaan de sporen die voor de verspreiding van de soort zorgdragen. Een vruchtlichaam kan enige miljarden sporen vormen. Grote aantallen sporen bij elkaar zijn te zien als roestbruin poeder. Een vruchtlichaam varieert in grootte van enkele centimeters tot 1 meter.
Waar de schimmeldraden in het hout groeien worden stoffen gevormd die de celwanden afbreken. Een deel van het hout wordt door de schimmel omgezet in koolzuurgas en water. Bij dit proces komt energie vrij die gebruikt wordt voor de groei van de schimmel. Het water kan men in slecht geventileerde ruimten aan de vruchtlichamen zien hangen. Zelfs droog hout kan worden aangetast want de huiszwam is in staat om vocht via de zwamdraden vanuit plaatsen te transporteren. De huiszwam ontwikkelt zich het snelst bij een temperatuur van 23 graden Celsius. Bij 28 graden Celsius of hoger sterven de schimmeldraden af, de sporen kunnen echter hogere temperaturen overleven. Bij vorst komt de groei van de schimmel tot stilstand, maar de huiszwam sterft niet af. Na een vorstperiode gaat de groei gewoon door.