Algemeen: Ze hebben helemaal niets met luizen te maken. In Nederland en België komen ongeveer 11 soorten luisvliegen voor. Ze komen zowel bij zoogdieren als bij vogels. Voor mensen verder van weinig belang.
Uiterlijk: De lengte van de genoemde soorten hierboven: schapenluisvlieg, Gierzwaluwluisvlieg en de zwaluwluisvlieg is ongeveer 7 mm. lang.
Ze hebben behoorlijk ontwikkelde tot grote ogen. Aan het uiteinde van de tenen zitten klauwtjes waarmee ze aan de veren en haren van hun gastheren haken. De voorkant van dit beestje is bedekt met een steeksnuit. Die zit als een spiraalveer opgeborgen in de kop. De vleugels van de zwaluwluisvlieg zijn toegespitst. Ze zijn ongeveer 7 maal zo lang als ze breed zijn en ze zijn even lang als de poten. De vleugels van de gierzwaluwluisvlieg zijn 2 maal zo lang als ze breed zijn en zijn slechts half zo lang als de poten. De schapenluisvlieg daarentegen is vleugelloos.
Ontwikkeling: Ze ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. De levensstadia die er bij deze luizen bestaan zijn: ei, larve, prepuparium, pop en imago. De larven ontwikkelen zich in de eierstokken van het moederdier. Uit die larve ontstaat, bij het uittreden uit het moederlichaam, een prepuparium dat aanvankelijk wit is met een zwart kapje. Spoedig erna zal het geheel pikzwart worden en gaat het over in een tonnetje. In het ontstane tonnetje vormt zich na verloop van tijd de eigenlijke pop, die na de laatste vervelling overgaat in het imago.
Leefwijze: Ze parasiteren op vogels en zoogdieren. De naam van de luis geeft al aan waar ze voornamelijk op parasiteren. Ze lopen ontzettend snel, zelfs krabachtig. Bij de gierzwaluwluisvlieg en de zwaluwluisvlieg is het zo dat ze een geringe vleugeloppervlakte hebben waardoor ze alleen maar zweefsprongen kunnen maken. Vocht schrikt verschillende luisvliegen af, maar op trillingen reageren ze door zich te gaan bewegen. Ze reageren door bewegingen te maken op verandering van de licht hoeveelheid, bijvoorbeeld als het ergens beschaduwd is. Luisvliegen kunnen ook bij mensen bloed zuigen, ze komen dan vanuit vogelnesten gebouwen binnen en kunnen toeslaan op de mens. Het grootste gedeelte echter zullen ze bij de dieren zoeken.
Bij het zuigen van het bloed zwelt het abdomen op en wordt hoe langer hoe roder door het opgezogen bloed. De luizen kunnen minimaal 9 dagen vasten. De faecaliën zijn aanvankelijk donkerrood, daarna worden ze steeds lichter en tenslotte grijswit.
De tonnetjes van de schapenluisvlieg treft men vaak in afgeschoren wol aan.
Schade/overlast: Ze kunnen incidenteel de mens pijnlijk steken om bloed te zuigen. Bij jonge vogeltjes kan het zijn dat als ze aangetast zijn dat ze dan kunnen sterven door bloedverlies.