Biologie Dierlijke materialen aantastende motten (familie Tineidae).

Algemeen:
Van de bekende en gevreesde motten komen in onze huizen twee verwante soorten voor, waarvan de kleermot (Tineola bisselliella Hummel) het meest algemeen is.
Daarop volgt de pelsmot (Tinea pellionella L.).
De Nederlandse namen zeggen weinig, daar ze beide dierlijke producten aantasten, zoals wollen stoffen, tapijten, meubelbekleding, veren, bont en zijde. Voor de praktijk komt het er niet zoveel op aan met welke van deze mottensoorten men precies van doen heeft, daar de levenscyclus van de genoemde soorten ongeveer hetzelfde verloop heeft en ook de bestrijding dezelfde is.

Uiterlijk:
De vlinders van de kleermot en de pelsmot zijn 7 à 8 mm lang en hebben een vleugelwijdte van 11 - 17 mm . De motten hebben geelachtig grauwe voorvleugels en iets lichtere achtervleugels. Op de voorvleugels van de pelsmot bevindt zich een drietal donkere stippen, dit in tegenstelling tot de kleermot. De larven kunnen ongeveer 10 mm lang worden en zijn gebroken wit van kleur. Een pop is ca. 6 mm lang en bevindt zich meestal in een kokertje.

Ontwikkeling en leefwijze:
De larven van kleermotten leven in de aangetaste stof in een verscheidene centimeters lang, door hen met spinsel vervaardigd buisje of tunneltje; de larven van de pelsmot maken een klein kokertje, waarin zij kunnen schuilen en dat zij overal met zich meeslepen. De larven verpoppen zich na enige tijd en uit de poppen komen dan de motten te voorschijn; dit geschiedt hoofdzakelijk in juni. Om te verpoppen verlaten de larven dikwijls de plaats waar zij hebben geleefd. Soms kruipen ze tegen een muur op tot een hoogte van 5 meter . Daar bevestigen ze het vooreinde van hun kokertje met spinseldraden aan de wand, draaien zich in het kokertje om en veranderen in een bruine pop. Veel larven echter verpoppen op de vreetplaats zelf.
Na 2 tot 3 weken verschijnen de motten (volwassen vlinders), die uit de opening onderaan het kokertje naar buiten komen. Zij vliegen uitsluitend 's avonds.
De wijfjes leggen kleine ovale eieren (ruim 200), afzonderlijk, op voor de voeding der larven geschikte stoffen. Na 8 - 12 dagen komen de jonge larven uit de eieren. Larven van de pelsmot maken onmiddellijk een kokertje, dat zij tijdens hun groei telkens vergroten. De larven ontwikkelen zich na verscheidene vervellingen in 4 tot 10 maanden tot volgroeide larven. Naarmate de temperatuur hoger en de aard van het materiaal, waar zij zich bevinden voedzamer is, gaat de ontwikkeling sneller. Haar, veren en bont zijn voedzamer dan geweven wol.
Kleding en andere textiel die is aangetast kan men het beste (laten) reinigen (tenminste 30 minuten bij 60 C zal dodelijk zijn) en vervolgens herstellen. Ook kan men insecten in materialen bestrijden door deze ca. 2 weken te bewaren in een vrieskist of vrieskamer (adressen in Gouden Gids: "Koel- en vrieshuizen")(temperatuur lager dan -10 C ). Kleding niet behandelen met bestrijdingsmiddelen; het is beslist ongewenst babykleren met een bestrijdingsmiddel te behandelen.
De toepassing van de werkzame stof paradichloorbenzeen (in de zgn. "mottenballen") is vanaf 1989 verboden.


Terug