Algemeen: Is de meest bekende soort van de familie der Tenebrionidae, doordat de larven als vogelvoer voor sommige soorten kooivogels, terrariumdieren en als visvoer worden gebruikt (meelwormen).
Uiterlijk: Kever is 13- 18 mm lang; kan goed vliegen.
Kleur zwart tot zwartbruin; aan onderzijde wat roodbruin gekleurd; dekschilden gestreept.
Eitjes zijn grijswit van kleur.
De larven zijn rolrond en geelbruin van kleur en kunnen tot 28 mm groot worden.
De larven hebben 3 paar goed ontwikkelde poten.
Larve tot ongeveer 10 mm lang, gebroken wit van kleur.
Ontwikkeling: De vrouwelijke kever legt totaal + 400 eitjes.
Hieruit komen na + 12 dagen de larven.
Het larve stadium duurt 1 - 1,5 dagen.
Verpopping duurt + 14 dagen.
Leefwijze: Door de lange levenscyclus is het insect vrij gemakkelijk te bestrijden. Als schadelijke dieren spelen zijn vandaag de dag bijna geen rol meer.
Alleen langdurig opgeslagen voorraden kunnen zij verontreinigen en door vraat beschadigen.
Voedsel: Van plantaardige, eventueel ook dierlijke oorsprong, bijv. brood, vaste meelspijzen, lompen etc.
Temperatuur: Deze soort kan zich in ons gematigde klimaat goed handhaven.
Schuilplaatsen: Zoekt graag donkere plaatsen op. Naast het aanwezig zijn in voedselopslag komt de meeltor ook veelvuldig voor in vogelnesten, aangezien de larven graag gewild vogelvoedsel vormen.
Zij worden door de vogels meegenomen en verstoppen zich dan in het nest.
Vandaar kunnen zij eventueel gemakkelijk via het dak in huis komen.
Schade: Kunnen schade veroorzaken in langdurig opgeslagen voorraden; in woningen kunnen ze nauwelijks schade veroorzaken.