Biologie Messingkever (Niptus hololeucus Fald.).

Algemeen:
De messingkevers komen oorspronkelijk van de kusten van de zwarte zee. Het optreden van deze beestjes is meestal te wijten aan de aanwezigheid van zetmeel bevattende afvalstoffen, zoals: hooi, stro, kaf, zemelen en meel. Deze stoffen zitten in verborgen en ontoegankelijke hoeken.

Uiterlijk:
Imago:
Ze zijn 3 tot 4,5 mm . lang. Ze hebben verder een goudgele kleur met lange zijdeachtige haren aan de dekschilden. De kop zit verborgen onder het rondachtige borststuk en de abdomen zijn ovaal.
Larve :
Deze zijn ongeveer 6 tot 7 mm . lang. Ze zijn witachtig van kleur met een geelbruine kop.

Ontwikkeling:
Deze kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling.
Het vrouwtje legt 25 tot 30 eieren gedurende 3 tot 5 weken. Deze komen weer uit in een periode van 5 tot 20 dagen. Als de larve eenmaal uit het ei is gekomen dan vervellen zij 3 tot 5 keer. Die gehele periode zal 150 dagen in beslag nemen.
Zijn ze een aantal keer verveld dan gaan ze beginnen om zich te verpoppen. Dit duurt ongeveer 18 tot 26 dagen. Daarna hebben ze hun volwassen stadium bereikt en leven nog 4 tot 10 maanden, dit ligt aan de omstandigheden uit de omgeving.
De minimumperiode van ei naar imago is 120 dagen, maar de temperatuur moet dan constant blijven op 20 graden Celsius.

Leefwijze:
Normaal gezien komen er twee generaties per jaar voor. De kevers zijn meestal in juni of juli te zien en dan pas weer in november of december. Ze kunnen echter niet vliegen. De pas uit de pop gekomen kevers zijn nog niet meteen geslachtsrijp. Dit worden ze wel naar mate ze steeds meer eiwitrijk voedsel eten. Doen ze dat dan kunnen ze zich pas gaan voortplanten.

Voedsel:
Imago:
Zij maken gaten in textiel, kleding, vloerbedekking, leer en papier en eten dat op. Natuurlijk eten ze ook nog eiwitrijk voedsel anders kunnen ze zich niet gaan voortplanten.
Larve:
Plantaardig en dierlijk materiaal, zoals textiel, granen, gedroogde vruchten, leer staat op het menu van deze larven.
Messingkevers kunnen zich zelfs actief bewegen bij een temperatuur van 5,5 graden Celsius. Het is echter wel zo dat ze graag in een vochtige omgeving leven, bij voorkeur op donkere moeilijk bereikbare plekken.

Schade/overlast:
Zowel door de larve als door het imago wordt er aan textiel, kleding, graanproducten en leer gevreten.

Nut:
Ze eten dode insecten en muizen.


Terug